De begroting

Wat ministers doen kost geld. Dat geld wordt opgebracht via de belastingen. Je hebt vast wel eens iemand in je familie hierover horen klagen!
Ministers werken dus met geld van andere mensen. Daarom moeten ze regelmatig uitleggen aan de volksvertegenwoordiging wat ze met dit geld gaan doen. Elke minister maakt daarom elk jaar een begroting. Een begroting is een overzicht van alle uitgaven van één ministerie in één jaar. Deze begroting moeten ze van tevoren opstellen. Dat is niet zo bijzonder. Als jij op vakantie gaat dan maak je van tevoren ook een begroting. Stel je gaat een weekje kamperen en je maakt de volgende begroting: 15 euro voor een treinkaartje, 40 euro kosten camping, 40 euro kosten maaltijden en 500 euro voor uitgaan. Ik kan me voorstellen dat daar thuis wel even over 'gepraat' moet worden (of niet?).

Een dergelijke begroting maakt iedere minister. Al die verschillende begrotingen van die verschillende ministers gaan naar de minister van Financiën.
Deze minister stopt hier zijn eigen begroting bij. Die eigen begroting gaat niet over de uitgaven maar over de inkomsten van de Nederlandse staat. Hij moet zorgen dat er genoeg inkomsten zijn om de uitgaven te betalen. Als een minister in zijn ogen te veel wil gaan uitgeven dan moet hier eerst over worden gepraat. Dat gebeurt vooral in de maanden juli en augustus. In de krant kun je hierover dan veel lezen. Zo'n minister heeft namelijk helemaal geen zin om minder uit te geven, hij wil graag zoveel mogelijk plannen uitvoeren en dat komt dan met smakelijke artikelen op de voorpagina. Aan bezuinigen, uitgavenposten schrappen, minder plannen uitvoeren en dus minder geld uitgeven, heeft iedere minister ook een hekel. Je maakt je daar niet echt populair mee. Uiteindelijk wordt men het meestal wel eens. De minister-president speelt hierin een belangrijke rol. Hij is namelijk degene die er voor moet zorgen dat iedere minister instemt met de uiteindelijke begroting. In september geeft de minister van Financiën over al die begrotingen van de verschillende ministers een boek uit: de Rijksbegroting. Iedereen kent dit boek beter onder een andere naam: de Miljoenennota. Klik hier voor de begroting 2004.

Artikel: "Staatsschuld in één generatie aflossen lukt niet meer"

Artikel: Miljoenennota 2004

De ridderzaal met daarvoor de fonteinDie datum in september is niet toevallig. We hebben allemaal wel eens gehoord van Prinsjesdag. De Koningin leest op Prinsjesdag (dat is altijd de derde dinsdag in september) de Troonrede voor. Dat doet ze in Den Haag, in de Ridderzaal en die staat weer op het Binnenhof. De Ridderzaal is al heel oud (13e eeuw) en stamt uit de tijd van graaf Floris V. Je kan de Ridderzaal bezoeken als je zin hebt.

In de Troonrede staat wat alle ministers volgend jaar van plan zijn te gaan doen. De Koningin leest dit dan voor. Er staan géén bedragen in de Troonrede. Als de Koningin bijvoorbeeld voorleest dat de minister van Financiën de belastingen wil verlagen dan weten we nog niet met hoeveel euro. Die precieze bedragen staan wel in de Miljoenennota. De minister van Financiën maakt deze Miljoenennota openbaar. Hij doet dit kort nadat de Koningin alweer uit de Ridderzaal is vertrokken. Klik hier voor de Troonrede 2003.

Enkele weken na Prinsjesdag, gaat de Tweede Kamer de Troonrede en de Rijksbegroting bespreken. Die gesprekken, ook wel debatten genoemd, trekken dan veel aandacht van pers en publiek. Dat is logisch, omdat alle belangrijke plannen van de ministers voor het het volgende jaar aan de orde komen. Zelfs mensen die nooit naar de wekelijkse debatten luisteren, letten dan even op.

Die debatten over Troonrede en Miljoenennota noemen we de algemene politieke en financiële beschouwingen. Deze debatten duren een paar dagen. Later in het jaar, van september tot november, volgen dan de besprekingen van de begrotingen van de afzonderlijke ministers. Dit is voor al die ministers dan een drukke en belangrijke periode. Als namelijk de begroting van een minister is goedgekeurd dan weet hij namelijk precies hoeveel geld hij het volgend jaar kan gaan uitgeven. Zo'n goedgekeurde begroting noemen we een budget. Oh ja, die goedkeuring krijgt de minister van het parlement. Hoe dat precies in zijn werk gaat lees je in het hoofdstuk Parlement.