Inleiding

Sinds 1848 zijn de ministers verantwoordelijk voor het bestuur van het land. Dat houdt natuurlijk in dat zij: 1. bedenken wat er moet gebeuren (ze bedenken dus plannen), 2. een beslissing nemen over wat er moet gebeuren (ze hakken dus knopen door over al die plannen) en 3. er voor zorgen dat die beslissingen ook worden uitgevoerd (door welke ambtenaren, in welke volgorde en volgens welk tijdpad). Ministers zijn voor deze drie stappen verantwoordelijk. Daarom kunnen we zeggen dat de ministers ons land besturen. Wil je meer weten over het regeringsbeleid? Klik dan hier.

We hebben op dit moment in ons land meer dan 10 ministers. De één gaat over onderwijs, de ander over de defensie, een derde over het verkeer en een vierde over de gezondheidszorg. Zo hebben ze allemaal hun eigen welomschreven taak. Klik hier voor een overzicht van alle ministeries.
Het Plein met rechts het ministerie van BZK
Een minister heeft natuurlijk hulp nodig bij het bedenken wat er moet gebeuren. Ook heeft hij hulp nodig bij de uitvoering, nadat er door hem beslissingen zijn genomen. De minister kan moeilijk zelf alle brieven gaan typen om maar iets te noemen. Iedere minister heeft daarom een heleboel medewerkers. Dit zijn de ambtenaren. Ondanks de flauwe grappen over ambtenaren werken ze in werkelijkheid echt heel hard. De ambtenaren moeten ervoor zorg dat de opdrachten van de minister worden uitgevoerd. Al die ambtenaren die bij een minister horen vormen samen een ministerie. Een ministerie wordt ook wel een departement genoemd. Soms werken al die ambtenaren in één gebouw, bv. de ambtenaren van Binnenlandse Zaken (zie het rechtergebouw op de foto), soms ook niet. De meeste ministeries staan in Den Haag, maar niet allemaal. Denk maar aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dat tot 20 oktober 2003 in Zoetermeer was gevestigd. Een minister is in feite ook een grote werkgever. Dagelijks overlegt hij met zijn hoge ambtenaren over allerlei zaken. De allerhoogste ambtenaar op een ministerie is de secretaris-generaal.

Artikel: "Stoelendans in top van onderwijs"

Artikel: "Kabinet voelt weinig voor kwijtschelding schulden"

We kennen ook de zogenaamde ministers zonder portefeuille. Deze hebben niet de leiding over een zelfstandig ministerie. Wel heeft zo'n minister, bv. de minister van Ontwikkelingssamenwerking, een eigen welomschreven taak. Maar zo'n minister en zijn ambtenaren 'wonen in' bij een ander ministerie.