De staatssecretaris

Je begrijpt wel dat ministers een drukke taak hebben. Een zware taak. Zelden zitten ze 's avonds of in het weekend eens rustig thuis. Ze moeten toespraken houden, conferenties bijwonen of dikke rapporten lezen. Hun gezin zien ze dan ook erg weinig. Echt veel medelijden hoef je met de ministers niet te hebben, ze vinden het allemaal een erg eervolle baan. 

Maar toch, om hun taak enigszins te verlichten hebben de meeste ministers één of twee speciale medewerkers gekregen. We noemen hen staatssecretarissen. Dit zijn een soort 'onderministers' die een deel van het werk van de minister overnemen en hier ook verantwoordelijk voor zijn. De minister zelf is weer verantwoordelijk voor het werk van zijn staatssecretaris.
Zo heeft de minister van Binnenlandse Zaken een staatssecretaris die zich vooral bezig houdt met onder andere de openbare orde en veiligheid. Zo'n staatssecretaris werkt dus zelfstandig en neemt zelf beslissingen waar hij verantwoordelijk voor is. Maar voor de belangrijkste beslissingen moet hij toch zijn baas, de minister raadplegen. Want de minister blijft op het ministerie toch de hoogste baas.
Wel is een staatssecretaris, zoals al gezegd, voor zijn beleid verantwoording schuldig aan het parlement. Hij moet zich regelmatig verantwoorden. Ook een staatssecretaris kan dus niet op eigen houtje zomaar zijn gang gaan.

Je moet overigens een staatssecretaris niet verwarren met een secretaris-generaal. Een secretaris-generaal is de hoogste ambtenaar op het ministerie en als zodanig verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Hij is geen politiek persoon en blijft in functie tot aan zijn pensionering.
Een minister en een staatssecretaris zijn geen ambtenaren, zij blijven in die functie voor vier jaar, dat wil zeggen tot aan de volgende verkiezingen.

De opbouw van een ministerie

Hoe de verkiezingen precies in zijn werk gaan staat in hoofdstuk 4 Politieke Partijen en Verkiezingen beschreven. Op dit moment hoef je alleen maar te onthouden dat ze na de verkiezingen voor vier jaar worden benoemd.

Alle ministers en staatssecretarissen samen vormen het kabinet. Een kabinet wordt aangeduid met de naam van de minister-president. Momenteel hebben we dus het kabinet Balkenende II.

Artikel: "Nieuw kabinet kan er snel zijn"

Misschien vraag je je op dit moment af wat er dan wordt bedoeld met het begrip regering. Is een kabinet niet hetzelfde als een regering? Je hoort het woord zo vaak?
Nou, regering is niet precies hetzelfde als kabinet. Onder een kabinet verstaan we dus alle ministers en staatssecretarissen samen. We spreken van een regering als we het hebben over alle ministers en de Koningin. Verwarrend is het niet, je moet het alleen goed uit elkaar houden. Vandaar dit PowerPointje:

Enkele begrippen schematisch bekeken

Wat de Koningin allemaal doet, behalve het voorlezen van de Troonrede op Prinsjesdag, kom je te weten in hoofdstuk 2 De Koningin.

We hebben nu gekeken naar het bestuur van Nederland. Hoe ministers en staatssecretarissen voor heel Nederland het beleid maken. Nu is heel Nederland wel erg groot en onderling sterk verschillend. Denk maar aan een provincie als Limburg in vergelijking met Zuid-Holland. Of denk maar aan een gemeente als Den Haag in vergelijking met Zoetermeer. Daarom is het bestuur van Nederland ook nog eens opgedeeld in het bestuur over afzonderlijk provincies en gemeenten. Ook daarover kom je in hoofdstuk 4 Politieke Partijen en Verkiezingen iets meer te weten.

Leerlingpowerpoint: Overzicht van dit hoofdstuk