Vragen en opdrachten

Onderstaande aanwijzingen zijn ooit gemaakt voor een specifieke lessenserie en zullen en kunnen van plaats en tijd sterk verschillen. Om een indruk te geven laten we ze staan. Overigens, een serie antwoorden is ook op de site aanwezig. Succes met zoeken, nadenken, schrijven en nakijken/overdenken.

Wanneer je onderstaande vragen gaat maken zorg dan voor volledige antwoorden in fatsoenlijk Nederlands. Iedere docent geeft verder eigen aanwijzingen waar deze antwoorden kunnen worden geplaatst (van schrift tot elektronische leeromgeving).

Bij iedere vraag staat een letter. K staat voor Kennisvraag, D staat voor Denkvraag en Z staat voor Zoekvraag.
Kennisvragen staan vaak letterlijk in de tekst van het hoofdstuk. Om het antwoord te vinden moet je de tekst goed lezen.
Denkvragen moet je beantwoorden met de kennis die in de les en/of tijdens het doornemen van de leerstof via de site hebt opgedaan. Het antwoord vergt wel het nodige denkwerk omdat het niet letterlijk in de tekst staat. Soms vindt een leerling dit vermoeiend en krijgt de neiging om zo'n vraag dan maar over te slaan. Dit is dus niet toegestaan. 
Zoekvragen zijn vragen waarvan het antwoord elders moet worden opgezocht, bijvoorbeeld in kranten en tijdschriften (al dan niet on-line) of op websites. Bij het antwoord moet de bron zo nauwkeurig mogelijk worden vermeld!

TIP: Klik bovenin deze site op "links". In het gedeelte "nieuws en actualiteiten" vind je een paar sites die je waarschijnlijk goed kan gebruiken.

Zo, na deze korte uiteenzetting en de eventuele toelichting van je docent(e) is alles duidelijk. Aan het werk en veel succes!


1. K. Wat zijn de drie hoofdtaken van een minister?

2. K. Door welke groep mensen wordt een minister bijgestaan?

3. K. Wat is een minister zonder portefeuille?

4. Z. Neem de het schema over, klik op de sites van de ministeries en vul het schema in. Noem van elk ministerie een tweetal beleidspunten die op dit moment in het nieuws zijn (kolom In het nieuws met?). Onderaan staan drie ministers genoemd die geen eigen ministerie hebben maar 'inwonen' bij een ander departement. 
Niet zo veel zin in al dat opzoekwerk? Een (gedeeltelijk) ingevuld schema staat hier! (maar de beleidspunten waar het ministerie op dit moment mee in het nieuws in moet je wel zelf opzoeken).

Ministeries Site  In het nieuws met? Naam minister  Partij Naam staatssecretaris Partij
Algemene Zaken www.minaz.nl          
Buitenlandse Zaken www.minbuza.nl          
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties www.minbzk.nl          
Defensie www.mindef.nl          
Economische Zaken www.minez.nl          
Financien www.minfin.nl          
Justitie www.justitie.nl          
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit www.minlnv.nl          
Onderwijs, cultuur & Wetenschappen www.minocw.nl          
Sociale Zaken & Werkgelegenheid home.szw.nl           
Verkeer & Waterstaat www.verkeerenwaterstaat.nl          
Volksgezondheid, Welzijn en Sport www.minvws.nl          
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Milieu www.vrom.nl          
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking www.minbuza.nl          
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie www.justitie.nl          
Minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties www.minbzk.nl          


5. Z. Noem de minister(s) zonder portefeuille met naam en taak en zeg ook bij welk ministerie hij/zij 'inwoont'.

6. K. Door wie en wat wordt de macht van een minister beperkt?

7. K. Noem de vier hoofdtaken van de minister-president.

8. Z. In Frankrijk, Engeland, BelgiŽ en Duitsland heb je ook een minister-president. Noem achtereenvolgens de benaming van die functie en de naam van de man of vrouw in de andere landen. Natuurlijk begrijpen we best dat je dit soort vragen nu nog niet allemaal weet. Toch stellen we deze vragen om je de komende tijd te stimuleren de kranten te lezen en het journaal te bekijken. De kolommen staatshoofd en de bijbehorende naam komen in hoofdstuk 3 aan de orde en hoef je dus nog niet in te vullen! De onderste rij (de V.S.) mag je ook nog overslaan.

Land  Regeringsleider Staatshoofd
Nederland Minister-president Balkenende Koningin Beatrix
BelgiŽ    
Duitsland    
Frankrijk    
Groot-BrittanniŽ    
V.S.    


9. D. Leg uit waarom een minister het niet leuk vindt om te moeten bezuinigen.

10. Z. Zoek voor de volgende les een artikel uit de krant (of print een on line artikel) over een bezuinigingsonderwerp. Noteer op het artikel (of de uitdraai) de naam en datum van de bron en zorg dat je in circa 5 regels een samenvatting op papier zet. Bewaar het artikel. Uit die samenvatting moet iemand anders, die de artikeltjes niet kent, toch de inhoud kunnen opmaken.

11. K. Leg uit wat een staatssecretaris doet.

12. D. Waarom heeft een secretaris-generaal op een ministerie vaak net zo veel 'macht en invloed' op een ministerie als een minister?

13. D. Lees de artikeltjes (hieronder) uit de dagbladen die op dit hoofdstuk betrekking hebben. Maak van ieder artikeltje een samenvatting van circa 5 regels. Uit die samenvatting moet iemand anders, die de artikeltjes niet kent, toch de inhoud kunnen opmaken.

14. Z. Knip uit een van de dagbladen (of print een on-line artikel) dat betrekking heeft op de stof van dit hoofdstuk. Noteer op het artikel (of de uitdraai) de naam en datum van de bron en zorg dat je in circa 5 regels een samenvatting op papier zet. Bewaar het artikel. Uit die samenvatting moet iemand anders, die de artikeltjes niet kent, toch de inhoud kunnen opmaken.

Artikel: "Donner verbijstert de Kamer"

Artikel: "Penthouse als onderkomen premier"

Artikel: "Kabinet wil positie van de premier versterken"

Artikel: "Staatsschuld in ťťn generatie aflossen lukt niet meer"

Artikel: Miljoenennota 2003

Artikel: "Nieuw kabinet kan er snel zijn"

Artikel: "Coalitie mikt op snelle aanleg A4"

Artikel: "Hans van den Broek minister van staat"

Artikel: "Minister worstelt met 'cultuur rond wietteelt'"

Artikel: "Stoelendans in top van onderwijs"

Artikel: "Kabinet voelt weinig voor kwijtschelding schulden"

15. HOOFDVRAAG 1. Je hebt H1 nu doorgenomen. Wie heeft er naar jouw idee nu de meeste invloed op het bestuur van Nederland? Je kunt kiezen uit het volgende rijtje en probeer je antwoord in circa 5 regels toe te lichten. We noemen dit de rode draadvraag omdat in ieder hoofdstuk deze vraag wordt gesteld. Hoe meer hoofdstukken je hebt doorgenomen des te vollediger je deze vraag kan beantwoorden!
a. een willekeurige minister
b. de minister van FinanciŽn
c. een willekeurige staatssecretaris
d. een minister zonder portefeuille
e. de minister-president
f. de ministerraad
g. het kabinet
h. de secretaris-generaal

Heb je alles gemaakt? Controleer hier je antwoorden!