Nogmaals 4 begrippen

In de les blijkt vaak dat leerlingen niet direct in de gaten hebben dat bij de regeringsvorm van een land 
1. vaak 4 begrippen een rol spelen en dat
2. deze 4 begrippen in feite 2 begrippentegenstellingen zijn.

Toch is het niet zo lastig als het lijkt als je maar beseft dat het steeds om twee begrippentegenstellingen gaat en dat je steeds de juiste 2 begrippen tegenover elkaar zet. Zoals lang - kort en dik - dun en kaal - weelderige haardos en olijfje - pamela anderson. 

Begrippentegenstellingen

Dus:
Democratie (het hele volk regeert) tegenover dictatuur (een klein groepje heeft de macht) en monarchie (een land waarin de functie van staatshoofd erfelijk is) tegenover republiek (een land waarin de functie van staatshoofd niet erfelijk is). In het geval van een republiek kan het staatshoofd of gekozen zijn (dus is het land een democratie) of de macht gegrepen hebben (dus is het land een dictatuur).

Vaak verwarren leerlingen de tegenstellingen en zeggen dan dat het tegenovergestelde van een democratie een republiek is (onzin dus) of het tegenovergestelde van een monarchie is een dictatuur (ook onzin dus). Dat is net zoiets als zeggen dat het tegenovergestelde van een lang persoon iemand met kort geknipt rood stekeltjeshaar is of dat het tegenovergestelde van een dik iemand een persoon is met lang blond haar. 

Het is bijzonder handig als je de 4 begrippen voor jezelf goed op een rijtje hebt. Je kan met deze 4 begrippen van vrijwel alle landen ter wereld nu (en vroeger) de regeringsvorm benoemen.

Leerlingpowerpoint: Overzicht van dit hoofdstuk