Een klein stukje geschiedenis, eventjes maar...

In 1813 vertrokken de Fransen uit Nederland, nadat zij vanaf 1795 ons land hadden bestuurd. Korte tijd later werd Nederland een koninkrijk, onder koning Willem I, een lid van de familie van Oranje. Een koninklijke familie dus. Voortaan was de koning de baas in Nederland. Nederland werd voortaan geregeerd zoals de landen om ons heen, onder een eigen dynastie: Het Huis van Oranje-Nassau.

De koningen Willem I en Willem II voelden nauwelijks voor enige invloed van het volk. Zelfs de ministers hadden heel weinig te vertellen. De koning bepaalde wat er gebeurde.
Op den duur ontstond er verzet tegen deze gang van zaken. Mensen die het bestuur van het land wilden veranderen vonden dat de koning niet alle macht mocht hebben. Ze vonden dat het parlement meer te zeggen moest krijgen. Ze wilden daarom een echte constitutie, dat is een ander woord voor grondwet. Met daarin de rechten en plichten van volk en vorst. In 1848 kreeg de leider van deze groep, Thorbecke, de opdracht van de koning om een nieuwe grondwet te maken. De koning was namelijk bang dat er anders misschien wel eens een revolutie uit zou breken. Op deze manier wilde hij die revolutie voorkomen.

Het gevolg van die nieuwe grondwet was dat de koning veel van zijn macht verloor aan de ministers. De ministers op hun beurt werden afhankelijk van de medewerking van het parlement. De belangrijkste regel uit die grondwet luidde: 'De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.' 
Het parlement begon een echt parlement te worden, zoals wij dat tegenwoordig kennen. Dus: wetsontwerpen goedkeuren, begrotingen goedkeuren enz. enz.
Wel probeerde de koning natuurlijk zoveel mogelijk van zijn macht te behouden ten koste van parlement en ministers. Maar op den duur lukte dat niet meer.

In 1868 weigerde het parlement met een minister samen te werken. De koning vond het een goede minister. Na veel geharrewar trok de koning aan het kortste eind, de minister werd ontslagen. Vanaf dat jaar mengt de koning zich niet meer in zaken tussen ministers en parlement. Daarmee werd Nederland een constitutionele parlementaire monarchie.
Dat is een hele mond vol en daarom herhalen we het nog maar eens: 'een constitutionele parlementaire monarchie.' Uitleggen doen we het natuurlijk ook.Koningin Beatrix

Het is een regeringsvorm waarin zowel de macht van de koning (de monarch) als het parlement wordt geregeld en beperkt door een grondwet (constitutie), maar waarin de invloed van het parlement doorslaggevend is.

Als je dit nog niet goed begrijpt, en dat kan heel best, dan moet je de uitleg nog eens doornemen en het aan je docent(e) vragen. Dat is namelijk regel nummer 1 uit de welbekende "onderwijsconstitutie": Begrijpt een leerling iets niet dan moet hij/zij moeite doen om de stof onder de knie te krijgen en de docent(e) om tekst en uitleg vragen! Andere rechten en plichten worden beschreven in het leerlingenstatuut.

Vanaf 1868 was Nederland echter nog géén democratie. Een democratie wil namelijk zeggen dat het volk regeert. Dat was toen nog niet zo. Het kiesrecht voor het parlement bleef namelijk nog lange tijd beperkt tot een kleine groep Nederlanders. Alleen zij die een bepaald bedrag aan belasting betaalden kregen kiesrecht. Zo'n kiesrecht noemen we belastingkiesrecht (ook wel censuskiesrecht genoemd).

Pas in 1922 was Nederland een echte democratie. Democratie betekent letterlijk: het (gehele) volk regeert. Dit kan op twee manier worden geregeld. De ene manier noemen we directe democratie. Dat gebeurt bv in de les als de gymleraar aan de klas vraagt of ze willen basketballen of volleyballen en de meerderheid bij handopsteken beslist. Om een land op die manier te besturen is wat lastig, daarom is er nog een andere manier. Die andere manier wordt indirecte democratie genoemd. Het volk kiest dan eerst afgevaardigden, vertegenwoordigers van het volk en die nemen dan besluiten.

Democratie

In ieder geval, in Nederland hadden in 1922 alle burgers, rijk en arm, vrouw of man kiesrecht gekregen. Zowel actief kiesrecht (het recht om je stem uit te mogen brengen) als passief kiesrecht (het recht om gekozen te mogen worden). Met de invoering van dit algemeen kiesrecht mag je pas met recht zeggen dat Nederland een democratie is geworden. Mocht je nog zo gelukkig zijn om een heel oude opa of oma te hebben, dan kun je eens voorzichtig vragen of dat jaar 1922 nog herinnerd wordt. Oh ja, over herinneren gesproken. Hoe zit het tegenwoordig met de macht van de koning?

Het antwoord daarop lezen we zo dadelijk in de volgende paragraaf. Maar eerst denken we nu nog even aan de ONDERWIJSCONSTITUTIE regel nummer 1: Heb je iets niet begrepen? Ga op onderzoek uit en vraag het aan je docent(e)! Kijk ook nog maar eens op dit powerpointje:

De Nederlandse regeringsvorm

Het is eigenlijk wel een beetje 'kort door de bocht' als we alleen maar zouden zeggen dat democratie alleen betekent 'het volk regeert'. Ook de definitie 'Een regering van voor en door het volk' is wel lekker kort en krachtig (dus makkelijk te onthouden!) maar niet echt volledig. Klik dus hier als je niet bang bent om even stil te staan bij dit o zo belangrijke begrip.