Links en rechts

Een andere indeling van de politieke partijen is die tussen linkse en rechtse partijen.
Waar komt die indeling vandaan en wat houden die begrippen links en rechts nu eigenlijk in? De verklaring van de begrippen links en rechts is eenvoudig. Toen de politieke partijen in de Tweede Kamer begonnen te ontstaan, werden de partijen die links van de voorzitter zaten, linkse partijen genoemd. De partijen die rechts van de voorzitter zaten, werden rechtse partijen genoemd.

Wat houden de begrippen links en rechts nu eigenlijk in?
Dat is een stuk moeilijker om uit te leggen. Hieronder staan enkele kernpunten, let goed op.
Sommige politieke partijen willen de samenleving veranderen omdat ze die onrechtvaardig vinden. Die partijen noemen we progressief, vooruitstrevend, links.
In het kort willen deze partijen het volgende:
* Staatsbemoeienis op sociaal-economisch gebied, bijvoorbeeld het vaststellen van minimumloon.
* Geen bezwaar tegen belastingverhoging in ruil voor een hogere sociale zekerheid, bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen worden betaald uit een belastingverhoging.
* Voorstanders van een verzorgingsstaat, de overheid heeft de taak om de burger te verzorgen van de wieg tot het graf.
* Democratisering van het bedrijfsleven, bijvoorbeeld de arbeiders in fabrieken krijgen medezeggenschap.
* Nationalisatie van de productiemiddelen, bijvoorbeeld grote bedrijven worden eigendom van de staat en de winsten worden verdeeld onder de arbeiders.
* Nivellering, iedereen moet gelijke kansen krijgen zodat de grote verschillen tussen rijk en arm verdwijnen, bijvoorbeeld in het onderwijs.
* Niet al te veel geld uitgeven aan de verdediging, bijvoorbeeld een kleiner leger.
Meer geld uitgeven aan bijvoorbeeld ontwikkelingshulp.

Andere politieke partijen staan hier lijnrecht tegenover. Zij willen de samenleving niet veranderen omdat ze die al rechtvaardig vinden. Die partijen noemen we conservatief, behoudend, rechts.
In het kort willen deze partijen het volgende:
* Geen staatsbemoeienis, op sociaal-economisch gebied, maar geestelijke, politieke en economische vrijheid van burger en bedrijfsleven.
* Geen belastingverhoging voor de burger en het bedrijfsleven, want dat hindert alleen maar de vrijheid van keuze van de burger en het bedrijfsleven.
* De overheid hoeft niet voor alles te zorgen. De taak van de overheid ligt in hoofdzaak bij het handhaven van en toezicht houden op recht en orde.
* Democratisering van het bedrijfsleven moet niet te ver gaan, want dat hindert een goede bedrijfsvoering.
* Geen nationalisatie, integendeel. De productiemiddelen moeten in handen zijn van particulieren. Doel is winst maken. Dat kunnen particuliere bedrijven beter dan staatsbedrijven. Door winst te maken, ontstaat er werkgelegenheid, koopkracht, welvaart en welzijn. Verschil in beloning verhoogt de motivatie en de inspanning. Men wil beloning naar prestatie. Nivellering moet je dus vermijden.
* Wel geld uitgeven aan een goede verdediging van het land.
* Ontwikkelingshulp is belangrijk maar niet een hoofddoelstelling.

Je zou kunnen zeggen dat het hoofdverschil hierin zit: Linkse partijen vinden dat de staat een belangrijke rol moet spelen, vooral bij het beschermen van de zwakken in de samenleving. Rechtse partijen vinden dat er zoveel mogelijk moet worden overgelaten aan het particulier initiatief, oftewel privatiseren.

Artikel: "Gemeenten willen van aandelen Eneco af"

Vanaf het begin van de jaren '90 van de 20e eeuw wordt het hoe langer hoe moeilijker om te spreken van rechtse en linkse partijen. De tegenstellingen zijn steeds kleiner geworden. Zo vindt de PvdA dat ze eerder sociaal-democratisch genoemd kan worden dan socialistisch. VVD en PvdA, de vroegere tegenpolen, hebben zelfs 8 jaar samengewerkt in twee Paarse kabinetten. Paars genoemd omdat rood (PvdA) en blauw (VVD) als mixkleur paars oplevert. Door die samenwerking was er ook steeds minder debat. De politiek werd steeds saaier gevonden. Men was het vaak met elkaar eens. Of leek dat maar zo? Die samenwerking was anno 2002 in ieder geval voorbij. Er vond toen bij de verkiezingen voor de gemeenteraad en voor de Tweede Kamer een aardverschuiving plaats. PvdA en VVD leden een zware verkiezingsnederlaag en een nieuwe partij (Lijst Pim Fortuyn) boekte een enorme overwinning. De saaie politiek kwam in beweging. Erg heftig zelfs. Niet alleen steeg de opkomst bij de verkiezingen. Ook gebeurde er voor het eerst sinds eeuwen in de politiek iets afschuwelijks. Een politieke moord werd gepleegd in Nederland.

Wellicht dat in de komende jaren de tegenstellingen tussen de politieke partijen weer gaan toenemen. Misschien dat de begrippen links en rechts daarom best weer eens afgestoft kunnen worden. Vandaar nog dit:

De politieke partijen op een rijtje

Sommige partijen hebben zowel linkse als rechtse ideeŽn. Een partij die niet nadrukkelijk links of rechts te noemen is, noemt men een middenpartij, het CDA bijvoorbeeld.

Artikel: "De 4de termijn: Zetelverdeling Tweede Kamer"