Verkiezingen

Iedere Nederlander van 18 jaar en ouder mag stemmen. Er zijn twee uitzonderingen. Iemand kan door een rechterlijke uitspraak uit het kiesrecht zijn ontzet. Dit kan dus een extra straf zijn naast bijvoorbeeld een gevangenisstraf. Een andere uitzondering geldt voor mensen met een geestelijke stoornis die volgens de rechter niet in staat zijn om precies te weten wat ze doen. Officieel heet dit: 'onbekwaam zijn rechtshandelingen te verrichten.' Dit mogen stemmen heet actief kiesrecht. Zoals je al in het hoofdstuk De Koningin hebt gelezen heb je ook het recht om gekozen te worden, dit recht is het passief kiesrecht.Deze brief krijg je als je 18 wordt en zegt dat je kiesrecht hebt.
De mannen kregen beide soorten kiesrecht in 1917, de vrouwen in 1919 (in 1922 werd het in de grondwet opgenomen). Nederland kent dus het algemeen kiesrecht = actief en passief kiesrecht voor vrouwen en mannen.
Omdat het een recht is, hoef je niet te stemmen. Er bestaat geen stemplicht. In 1970 is ook de plicht afgeschaft om in ieder geval op het verkiezingsbureau te melden dat je niet wilde stemmen, de zogenaamde opkomstplicht.

De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de burgers. Dit zijn dus directe verkiezingen.

De leden van de Eerste Kamer worden niet rechtstreeks gekozen door de burgers, maar door de leden van de Provinciale Staten. Dit zijn dus getrapte of indirecte verkiezingen.
In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk wordt dit uitgelegd.
Sinds 1917 worden de leden van de Tweede Kamer niet alleen rechtstreeks gekozen door de burgers, maar ook volgens het kiesstelsel van de evenredige vertegenwoordiging. Dit wil zeggen dat het aantal Kamerzetels dat een partij bij verkiezingen behaalt, evenredig is aan het aantal op die partij uitgebrachte stemmen.

Voor 1917 werden de leden van de Tweede Kamer gekozen volgens het districtenstelsel. Als er verkiezingen waren, werd Nederland verdeeld in 100 districten. De kandidaat van de partij, die in een district de meeste stemmen behaalde, was gekozen. De stemmen uitgebracht op de andere kandidaten in het district, gingen verloren. Omdat men dit onredelijk vond, is men overgegaan op het kiesstelsel van de evenredige vertegenwoordiging. Een eenvoudig voorbeeldje zie je in deze powerpoint:

Hoe worden ze gekozen?

Wel is het zo dat het kabinet Balkenende II het kiesstelsel iets anders wil inrichten. Vooral D66 wil dit erg graag.

Artikel: "De Graaf zet kiesstelsel door"

Artikel: "PvdA bevordert duidelijkheid met keuze voor districtenstelsel"

D66 wil in het kabinet Balkenende II ook heel graag de gekozen burgemeester invoeren. Het oorstel an minister Thom de Graaf van D66 is in maart 2005 door de Eerste Kamer verworpen.

Artikel: "PvdA blokkeert voorstel gekozen burgemeester"

Ben je 18 jaar dan mag je ook gaan stemmen. Hoog tijd dus om eens te gaan kijken hoe dat nu precies in zijn werk gaat.

Hieronder een overzicht van de gang van zaken in 10 stappen.

1. Iedere politieke partij, die aan de verkiezingen meedoet, moet voor de verkiezingen een kandidatenlijst indienen. Op die kandidaten kan gestemd worden. De nummer 1 op die lijst is de lijsttrekker, meestal een heel bekend lid van die partij, iemand waarvan men verwacht dat hij of zij veel stemmen kan trekken.

2. Voor de verkiezingen krijgt de kiesgerechtigde burger een oproepingskaart thuis gestuurd. Soms gaat hier wel eens iets bij fout, bijvoorbeeld een baby van twee maanden die zo'n kaart thuiskrijgt.

3. Op de dag van de verkiezingen gaat de kiezer naar het stembureau, meestal een school in de wijk waar hij woont. Hier geeft de kiezer zijn oproepingskaart af en krijgt hij een stembiljet.

4. Aangezien in Nederland de verkiezingen geheim zijn, gaat de kiezer met zijn stembiljet naar een afsluitbaar hokje en maakt voor de naam van de te kiezen kandidaat slechts één hokje rood. Meer niet. Als je bijvoorbeeld meer hokjes inkleurt of er iets leuks bijschrijft, zoals 'Hup Balkenende', dan is het stembiljet ongeldig. In vrijwel alle gemeenten in Nederland wordt er tegenwoordig elektronisch gestemd. Je drukt op een knopje en je hebt gestemd.

5. Daarna wandelt de kiezer naar de stembus en stopt daar het stembiljet in.

6. Als de stembureaus gesloten zijn, worden de geldige stemmen geteld. Het Centraal Stembureau stelt vast hoeveel stemmen op elke partij en op elke kandidaat zijn uitgebracht. In de avonduren is er dan op de TV een uitgebreide reportage over de verkiezingen. De winnaars en de verliezers worden geïnterviewd. Verliezers beschouwen zichzelf nooit als verliezers. Het gekke is dat ze altijd wel een verhaal klaar hebben waaruit blijkt dat ze eigenlijk toch hebben gewonnen! Vaak maken ze dan een vergelijking met een vorige verkiezing of een poll en daaruit blijkt dat het verlies nog meevalt en dat ze dus eigenlijk hoger uit zijn gekomen dan de verwachting.

7. Om te weten te komen hoeveel zetels elke partij heeft behaald moet eerst de kiesdeler worden uitgerekend. Dit gaat als volgt:
Stel je voor dat er bij verkiezingen voor de Tweede Kamer 8.100.000 geldige stemmen zijn uitgebracht. Voor de Tweede Kamer zijn 150 zetels te verdelen. Een partij die 8.100.000:150 = 54.000 stemmen heeft behaald, heeft dus recht op één zetel.
Zijn er op een partij 1.250.000 stemmen uitgebracht, dan heeft de partij recht op 1.250.000:54.000 = 23 zetels.
Er blijven dan nog 8.000 stemmen over. Dit noemt men het stemmenoverschot.
Na een ingewikkelde berekening kan het gebeuren dat de partij met de meeste reststemmen er nog een zetel bij krijgt, de zogenaamde restzetel.

8. Nu de verkiezingen voorbij zijn is er dus een nieuwe Tweede Kamer gekozen. Wie zitten daar nu in? Stel een partij heeft 23 zetels gekregen. Op de kandidatenlijst van die partij stonden 40 kandidaten. De bovenste 23 kandidaten krijgen dan een zetel. Met één uitzondering. Stel dat een kandidaat die op de 30e plaats stond in zijn eentje meer dan de helft van het aantal stemmen van de kiesdeler heeft behaald, in ons geval dus meer dan 27.000, dan krijgt hij een zogenaamde voorkeurszetel. Kandidaat nummer 23 moet dan thuis blijven. Dit gebeurt niet vaak, maar soms wel.

9. Voordat deze 23 kandidaten officieel benoemd worden als lid van de Tweede Kamer, moet er nog één ding gebeuren. Er wordt gekeken of er een kandidaat is die een baan heeft die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Iemand kan namelijk niet lid zijn van de Tweede Kamer en lid zijn van de Raad van State (de hoogste adviescommissie van de regering), of lid zijn van de Rekenkamer (een orgaan dat de uitgaven van de regering controleert), of lid zijn van de Hoge Raad (het hoogste orgaan van de rechterlijke macht). Andere bijbaantjes mogen wel.

Artikel: "Raad van State moet uit z'n schulp kruipen"

10. Is dit allemaal achter de rug dan krijgt iedere politieke partij een aantal zetels in de Tweede Kamer. Op dit moment heeft de partij met de minste zetels er 2 en de partij met de meeste zetels heeft er 44. Zo'n groepje mensen in de Tweede Kamer namens een partij noemen we een fractie. Zo'n fractie staat onder leiding van de fractievoorzitter. Op dit moment wordt het kabinet Balkenende II gevormd door CDA, VVD en D66. In de Tweede Kamer zijn de fracties van deze 3 partijen het meestal eens met de voorstellen van de regering, daar zitten immers hun eigen partijleden in en dat beleid is (dus?) hun beleid. We noemen ze daarom ook wel de coalitiefracties. De andere partijen die niet in het kabinet zitten noemen we oppositiefracties. Zij volgen het beleid van het kabinet heel kritisch, hun beleid is het niet. 

Je zou daarom ook wel kunnen zeggen dat het begrip dualisme in de praktijk eigenlijk meer betrekking heeft op de verhouding tussen coalitiefracties en oppositiefracties onderling in de Tweede Kamer dan op de verhouding tussen regering en Tweede Kamer. 
Als je deze laatste zin hebt begrepen dan is het interessant om (nog eens) dit artikel te lezen aan het eind van hoofdstuk 2 ('Tweede Kamer maakt werk van dualisme.') De voorzitter van de Tweede Kamer vindt dat er 10 jaar geleden een gekke keuze is gemaakt bij de bouw van de Tweede Kamer. Wellicht dat jij in staat bent om de voorzitter van de Tweede Kamer uit te leggen waarom 10 jaar geleden toch niet zo'n gekke keuze is gemaakt bij de bouw van de Tweede Kamer? Enfin, in de volgende paragraaf wordt er ook nog het een en ander uitgelegd over het lastige maar o zo belangrijke begrip dualisme, maar dan aan de hand van de situatie in een gemeente.

Artikel: "Kiesrecht voor 16- en 17-jarigen"