Vragen en opdrachten

Onderstaande aanwijzingen zijn ooit gemaakt voor een specifieke lessenserie en zullen en kunnen van plaats en tijd sterk verschillen. Om een indruk te geven laten we ze staan. Overigens, een serie antwoorden is ook op de site aanwezig. Succes met zoeken, nadenken, schrijven en nakijken/overdenken.

Wanneer je onderstaande vragen gaat maken zorg dan voor volledige antwoorden in fatsoenlijk Nederlands. Iedere docent geeft verder eigen aanwijzingen waar deze antwoorden kunnen worden geplaatst (van schrift tot elektronische leeromgeving).

Bij iedere vraag staat een letter. K staat voor Kennisvraag, D staat voor Denkvraag en Z staat voor Zoekvraag.
Kennisvragen staan vaak letterlijk in de tekst van het hoofdstuk. Om het antwoord te vinden moet je de tekst goed lezen.
Denkvragen moet je beantwoorden met de kennis die in de les en/of tijdens het doornemen van de leerstof via de site hebt opgedaan. Het antwoord vergt wel het nodige denkwerk omdat het niet letterlijk in de tekst staat. Soms vindt een leerling dit vermoeiend en krijgt de neiging om zo'n vraag dan maar over te slaan. Dit is dus niet toegestaan. 
Zoekvragen zijn vragen waarvan het antwoord elders moet worden opgezocht, bijvoorbeeld in kranten en tijdschriften (al dan niet on-line) of op websites. Bij het antwoord moet de bron zo nauwkeurig mogelijk worden vermeld!

TIP: Klik bovenin deze site op "links". In het gedeelte "nieuws en actualiteiten" vind je een paar sites die je waarschijnlijk goed kan gebruiken.

Zo, na deze korte uiteenzetting en de eventuele toelichting van je docent(e) is alles duidelijk. Aan het werk en veel succes!


1. Z. Bekijk de websites van de politieke partijen die nu samen het kabinet vormen en van 2 of 3 oppositiepartijen. 
a. Z. Geeft iedere site aan tot welke stroming men zelf de partij vindt horen? Zo ja, geeft men daar redenen voor?
b. Z./D. Neem een willekeurig actueel onderwerp van dit moment waar in de politiek het nodige over te doen is. Geef van een coalitiepartij en van een oppositiepartij aan welk standpunt men over dat onderwerp inneemt. Maak duidelijk in hoeverre dit van elkaar verschilt.
c. D. Geef aan in hoeverre deze twee (verschillende?) standpunten zijn terug te voeren op de uitgangspunten van de politieke stroming waartoe de partij behoort.

2. Z. Bekijk nogmaals de websites van de politieke partijen die je bij vraag 1 hebt bekeken en zoek het verkiezingsprogramma op (of kijk op www.politiek.nl).
Zet de standpunten van deze partijen kort en bondig, maar wel zo dat het begrijpelijk is, naast elkaar over de volgende onderwerpen:
a. Veranderingen in het onderwijs.
b. Veranderingen in rechten en plichten voor jongeren.
c. Het belang van sport.

3. Z./D. Maak een powerpoint waarin het verschil tussen districtenstelsel en het stelsel van evenredige vertegenwoordiging duidelijk naar voren komt.

4. Z./D. Maak een powerpoint waarin de gang van zaken rondom de (in)formatie duidelijk naar voren komt.

5. Z. Bekijk nogmaals de websites en probeer de volgende zoekvraag te doen.

Partij / aantal zetels Lijsttrekker Partijleider (geen officiŽle functie) Fractievoorzitter Partijvoorzitter
CDA        
PvdA        
VVD        
SP        
LPF        
Groen Links        
D'66        
CU        
SGP        


6. D. Lees de artikeltjes uit de dagbladen die op dit hoofdstuk betrekking hebben. Maak van ieder artikeltje een samenvatting van circa 5 regels. Uit die samenvatting moet iemand anders, die de artikeltjes niet kent, toch de inhoud kunnen opmaken.

7. Z. Knip uit een van de dagbladen (of print een on line artikel) dat betrekking heeft op de stof van dit hoofdstuk. Noteer op het artikel (of de uitdraai) de naam en datum van de bron en zorg dat je in circa 5 regels een samenvatting op papier zet. Bewaar het artikel. Uit die samenvatting moet iemand anders, die de artikeltjes niet kent, toch de inhoud kunnen opmaken.

Algemeen:

Artikel: "Subsidie belangrijke geldstroom partijen"

Artikel: "Gemeenten willen van aandelen Eneco af"

Artikel: "De 4de termijn: Zetelverdeling Tweede Kamer"

Artikel: "PvdA bevordert duidelijkheid met keuze voor districtenstelsel"

Artikel: "Brieven: WŲltgens en D66"

Artikel: "Raad van State moet z'n schulp kruipen"

Artikel: "Kiesrecht voor 16- en 17-jarigen"

Artikel: "Verhagen (CDA) fractievoorzitter"

Artikel: "Winnaars Balkenende en Bos zijn tot elkaar veroordeeld"

Artikel: "CDA wijst PvdA-informateur naast Donner van de hand"

Artikel: "Regeerakkoord CDA/LPF/VVD: een rukje naar rechts"

Artikel: "'Losse eindjes' in de formatie bezorgen hoofdbrekens"

Artikel: "Prestigestrijd om BiZa ontbrand"

Artikel: "Akkoord van coalitie valt slecht"

Artikel: "De Graaf zet kiesstelsel door"

Artikel: "PvdA voelt zich klaar om weer te regeren"

Gemeente:

Artikel: "VVD: laat inwoners burgemeester kiezen"

Artikel: "Diftar opgeklopt verkiezingsitem"

Artikel: "Auto-gezinde gemeente wekt weer woede op"

Artikel: "'Ik ben niet kapot van het duale stelsel'"

Artikel: "Weg met het dualisme en de gekozen burgemeester"

Artikel: "Burgers negatief over lokaal bestuur"

Artikel: "PvdA blokkeert voorstel gekozen burgemeester"

Artikel: "Remkes wil bezoldigde bijbanen niet verbieden"

Provincie:

Artikel: "Top van provincie schoot tekort"

Artikel: "Provincietop 'schiet tekort'"

8. HOOFDVRAAG 6. Je hebt H3 nu doorgenomen. Wie heeft er naar jouw idee nu de meeste invloed op het bestuur van Nederland? Je kunt kiezen uit het volgende rijtje en probeer je antwoord in circa 5 regels toe te lichten. We noemen dit de rode draadvraag omdat in ieder hoofdstuk deze vraag wordt gesteld. Hoe meer hoofdstukken je hebt doorgenomen des te vollediger je deze vraag kan beantwoorden!
a. de coalitiefracties
b. de coalitiepartijen
c. de regeringsfracties
d. de regeringspartijen
e. de informateur
f. de formateur

9. HOOFDVRAAG 7. Heb je inmiddels H1, 2 en 3 ook doorgenomen dan is het heel verstandig om vraag 9 van H3 in je antwoord te betrekken. Wie heeft er nu naar jouw idee de meeste invloed op het bestuur van Nederland? Je kunt kiezen uit het volgende rijtje en probeer je eindantwoord in circa 10 regels genuanceerd toe te lichten. Dikke kans dat je met meerdere mogelijkheden in je hoofd zit, probeer dan een beredeneerde keuze te maken! We noemen dit de rode draadvraag omdat in ieder hoofdstuk deze vraag wordt gesteld. Hoe meer hoofdstukken je hebt doorgenomen des te vollediger je deze vraag kan beantwoorden!

a. een willekeurige minister
b. de minister van FinanciŽn
c. een willekeurige staatssecretaris
d. een minister zonder portefeuille
e. de minister-president
f. de ministerraad
g. het kabinet
h. de secretaris-generaal

i. de Tweede Kamer
j. de Eerste Kamer
k. het parlement

l. De Koningin
m. De kroonprins
n. Het volk van Nederland

o. de coalitiefracties
p. de coalitiepartijen
q. de regeringsfracties
r. de regeringspartijen
s. de informateur
t. de formateur

Heb je alles gemaakt? Controleer hier je antwoorden!